Therapie voor Selectief Mutisme

Dapper doen

 
In de vorige fase lazen we over het leren van nieuw gedrag. We lazen dat over het belang van kleine stapjes, fijne gevolgen en veel oefenen. In deze fase gaan we het doen.

Het is niet belangrijk of het nieuwe gedrag non-verbaal gedrag is of spreken. Vraag geen dingen die nog te hoog gegrepen zijn. Het is juist belangrijk dat uw kind succes heeft met nieuwe dingen durven. Dat kan van alles zijn.

In deze fase oefenen we zelfstandig gedrag en nieuw gedrag met leeftijdsgenootjes. Volwassenen komen in de volgende fase aan de beurt.

Zelf doen

Ouders van verlegen kinderen zijn vaak heel goed in het bieden van veiligheid. Dat is goed, want dat hebben verlegen kinderen nodig. Maar soms vergeet je daardoor bijna te zien wat een kind wel zelf zou kunnen. Ook kinderen raken eraan gewend. Daardoor kunnen ze erg passief worden.

Mimoun speelt met zijn broertjes en moeder in het park. Ze krijgen een pakje sap. Als Mimoun het op heeft, zegt moeder: “Geef maar. Er staat daar aan de overkant een prullenbak. We gooien het er zo wel in als we weggaan.”

Dit zal u niet vreemd voorkomen. Dat is het ook niet. Maar Mimoun is een onzeker jongetje. Het zou voor hem best goed zijn om zelf het grasveldje over te steken en naar de prullenbak te lopen. Hij zal dat spannend vinden, maar hij zal het wel kunnen.

Voor de moeder van Mimoun was het een gewoonte om dingen voor hem te doen. En Mimoun ging zelf niet op onderzoek uit. Zo ontstond er een negatieve spiraal.

Onzekere kinderen moeten we soms extra stimuleren om zelf op onderzoek uit te gaan. Zoekt u ook eens naar kleine dingen die uw kind zelf kan doen. Het hoeven geen dingen te zijn waarbij uw kind moet praten. Dingen waarbij je de aandacht van anderen krijgt, zijn ook een uitdaging. Hier ziet u wat voorbeelden:

Helpen

Jonge kinderen voelen zich ook heel goed wanneer ze grote mensen mogen helpen. Vooral als het gaat om stoere dingen, bijvoorbeeld: helpen tanken, klussen, dier verzorgen, koken.

Spelen met kinderen

Nu uw kind gaat oefenen op school met andere kinderen, kunt u helpen door samenspelen te stimuleren. Dicht bij huis is dat een veilige oefening. Hier leest u er meer over.

Oefening baart kunst

Nieuwe dingen leer je door te doen. Het geeft niet als het fout gaat. Sta niet te lang stil bij verdriet over kleine dingen die niet gelukt zijn. Doe uw kind voor dat het niet erg is als iets niet lukt. Laat zien dat je je schouders erover op kan halen en het nog eens kan proberen. Vertel uw kind hoe lang u hebt moeten oefenen voordat u bepaalde dingen kon, zoals auto rijden, een voetbaltrucje, of zwemmen. En heeft uw kind ook een held? Zou die alles wat hij of zij kan in één keer geleerd hebben?

Het vraagt moed om iets opnieuw te proberen dat eerder niet gelukt was. Hier kunt u uw kind bij helpen en uitleggen hoe dapper het is als je iets opnieuw probeert.

Prettige gevolgen

Kijk eens of u uw kind al ziet experimenteren met nieuw gedrag. Dan kunt u direct iets positiefs zeggen. Het voelt fijn als uw kind merkt dat u trots bent en er iets over zegt. Daardoor zal uw kind het een volgende keer weer doen. U kunt hiervoor ook het werkblad “Dappere daden bord” gebruiken. De therapeut zal dit aan uw kind geven.

Het lijkt zo makkelijk maar soms is complimenten geven best lastig. U leest daar hier meer over.