Therapie voor Selectief Mutisme

Naar de peuterspeelzaal of naar school

Voort het eerst naar de peuterspeelzaal of naar school! Voor ieder kind is dat spannend. Als uw kind er veel moeite mee heeft, kunt u eens kijken of de volgende tips helpen:

Voorbereiden

  1. Gebruik prentenboeken om uw kind voor te bereiden
  2. Ga alvast eens een paar keer kijken met uw kind. Voor sommige kinderen is het fijn om het (school)plein en het gebouw te bekijken zonder alvast kennis te hoeven maken met nieuwe mensen.
  3. Zijn er foto’s van de school, de leidster/leerkracht of de groepsruimte, zodat u thuis over de peuterspeelzaal/school kan vertellen? Dat geeft uw kind een vertrouwd gevoel.
  4. Bij het wennen op de basisschool kent uw kind misschien al andere kindjes uit de nieuwe klas. Maak eens een speelafspraakje en blijf er zo nodig bij. Zo leert uw kind alvast wat bekende gezichten kennen.
  5. Kent u al kindjes uit de nieuwe klas of groep? Ga dan samen met uw kind eens mee om een ander kindje van school te halen. Uw kind ziet zo welke leuke dingen het andere kindje gedaan heeft en hoe de klas eruit ziet.
  6. Bespreek met de leerkracht of leidsters wat er mogelijk is om uw kind zo goed mogelijk te laten wennen. Laat uw kind bijvoorbeeld kennis maken met de leerkracht/leidster als de klas leeg is. Overleg met de leerkracht/leidster wanneer uw kind een uurtje kan komen wennen als de groep rustig is.

Veiligheid beiden

  1. Als u in de klas of groep aanwezig kan zijn om uw kind te helpen wennen, speel dan niet alleen met uw eigen kind. Speel ook met andere kindjes of ga even naar de WC. Zo went uw kind eraan om zelf te gaan spelen.
  2. Als uw kind veel moeite heeft met afscheid nemen, kom dan snel weer terug. Laat uw kind regelmatig 5 of 10 minuutjes spelen bij een familielid, buurvrouw of kennis. Zo merkt uw kind dat u echt weer terug komt. Gebruik de tijd om een boodschapje te doen, een brief te posten of de hond uit te laten. Later kan uw kind ook langer zonder u blijven.
  3. Ga nooit “stiekem” weg als uw kind lekker zit te spelen. Hierdoor leert uw kind niet op u vertrouwen. Uw kind moet u dan steeds in de gaten houden om te zien of u niet plotseling weg bent. Neem dus altijd afscheid als u weggaat, ook als uw kind dan gaat huilen. Stel hem gerust, zeg wanneer u weer terug komt, geef uw kind de kans om te zwaaien en ga dan ook echt weg.
  4. Dreig niet dat u weggaat als uw kind gaat huilen of aan u blijft hangen. Als u het weggaan als dreigement gebruikt, is het logisch dat uw kind daar bang voor wordt.
  5. Peuters hebben nog maar weinig tijdsbesef dus het is moeilijk hen te vertellen wanneer u weer terugkomt. U kunt wel vertellen na welke activiteit u uw kind weer komt halen (na het fruit eten, na het slapen). De leidsters kunnen dit herhalen.
  6. Het helpt vaak om een voorwerp van uzelf achter te laten bij uw kind. Het geeft uw kind het gevoel dat u echt weer terug komt en hem niet zal vergeten. Het voorwerp kan ook troost bieden op momenten dat uw kind naar u verlangt.
  7. Heb vertrouwen in uw kind. Alle jonge kinderen hebben moeite met afscheid nemen. Ze moeten nog leren dat ze erop kunnen vertrouwen dat u echt weer terug komt. Geef ze dat vertrouwen. Kinderen hebben een sterke antenne voor uw gevoelens. Ze merken onmiddellijk als hun ouders gespannen zijn. Als u bang bent dat uw kind overstuur zal raken, zal uw kind die spanning zeker opmerken en overnemen. U geeft uw kind een veilig gevoel door vertrouwen in hem/haar te hebben.

Uw kind helpen vertrouwen te krijgen in zichzelf

  1. Als uw kind aan u blijft hangen, toon dan begrip voor zijn gevoel. Vertel dat hij/zij nog moet wennen en het misschien een beetje spannend vindt. Stel uw kind gerust, spreek af hoe lang u bij hem/haar blijft en neem daarna afscheid. Kom zo nodig snel weer terug.
  2. Geef vooral aandacht aan alles wat uw kind zelf doet of durft. U kunt complimenten geven en uw kind aanmoedigen om zelf te spelen en te ontdekken. Schenk geen aandacht aan dingen die uw kind nog niet durft. Door uw kind te vragen dingen te doen die het wel durft en hem daarvoor te complimenteren zorgt u voor succeservaringen (zelf zijn jas op te hangen, zelf iets te pakken of aan de leidster/leerkracht geven).
  3. Geef uw kind liever niet teveel aandacht als het aan u blijft hangen. U kunt samen gaan kijken bij de speeltjes die het leuk vindt. Neem daarna een stoel en een kop koffie, praat met de leidster of speel met een ander kindje. Kijk of uw kind ook (mee) gaat spelen en geef dan uw complimentjes en aandacht aan alle kleine dingetjes die uw kind wel doet.
  4. Vraag uw kind op een rustig moment om u iets te laten zien of uit te leggen (waar de puzzels liggen of de prullenbak staat). Zo voelt uw kind zich groot en knap.

Ten behoeve van de leesbaarheid wordt waar nodig gesproken over hij of hem. In plaats hiervan kan ook zij/haar gelezen worden wanneer uw kind een meisje is.